De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om de minderjarige onder toezicht te stellen van een gecertificeerde instelling en een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van een jaar. De minderjarige vertoont agressief en zelfbepalend gedrag, heeft onvoldoende inzicht in de gevolgen daarvan en bevindt zich in gevaarlijke situaties waarbij haar fysieke grenzen worden overschreden. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit maar heeft onvoldoende vertrouwen in vrijwillige hulpverlening, waardoor de onderlinge band onder druk staat.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de minderjarige gespecialiseerde behandeling nodig heeft die niet meer thuis kan worden geboden. De uithuisplaatsing in een jeugdhulpaccommodatie is noodzakelijk om haar verzorging en opvoeding te waarborgen en de geestelijke gesteldheid te onderzoeken. De moeder stemde in met het verzoek. De kinderrechter achtte een periode van twaalf maanden passend voor de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, mede gezien de benodigde intensieve systemische hulpverlening en het toekomstperspectief van de minderjarige.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het hoger beroep kan binnen drie maanden na uitspraak worden ingesteld. De uitspraak werd mondeling gegeven op 7 augustus 2023 en schriftelijk vastgesteld op 15 augustus 2023.