Uitspraak
1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
2.Overwegingen
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, die dit ongegrond verklaarde, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging voldoende was komen vast te staan en dat de boete terecht was opgelegd. Verweren over het ontbreken van een waarschuwingsbrief, de activeringstijd van de camera en de aanwezigheid van bebording faalden omdat aan de beleidsregels was voldaan. Ook werd geoordeeld dat de bevoegdheid van de ambtenaar om de boete op te leggen niet betwistbaar was.
Hoewel de hoorplicht door de officier van justitie was geschonden omdat betrokkene niet fysiek was gehoord, leidde dit tot vernietiging van die beslissing maar niet tot matiging van de boete. De kantonrechter vond dat de aanwezigheid van een gemachtigde en de mogelijkheid tot schriftelijke toelichting voldoende waren. Het beroep tegen de boete werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wordt ongegrond verklaard, ondanks vernietiging van de beslissing van de officier van justitie wegens schending van de hoorplicht.