ECLI:NL:RBNHO:2023:8242

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 juni 2023
Publicatiedatum
22 augustus 2023
Zaaknummer
10421011 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A. P. Ploeger
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete wegens negeren inhaalverbod ongegrond verklaard

Aan betrokkene is een administratieve boete opgelegd wegens het negeren van een inhaalverbod (bord F 1). Betrokkene stelde dat de overtreding niet had plaatsgevonden omdat hij een landbouwvoertuig had ingehaald, wat volgens hem toegestaan is. Daarnaast werd de bewijskracht van de verklaring van de verbalisant betwist.

De rechtbank overweegt dat de vaststelling van de overtreding kan worden gebaseerd op de verklaring van de verbalisant, ook als deze niet-ambtelijk is. Uit het dossier, met name de verklaring van de verbalisanten, blijkt voldoende dat de overtreding heeft plaatsgevonden. Het verweer van betrokkene wordt als ongeloofwaardig beoordeeld.

De rechtbank ziet geen reden om de boete te matigen en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door kantonrechter A. P. Ploeger en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens negeren van het inhaalverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10421011 \ WM VERZ 23-214
CJIB-nummer : 248406394
Uitspraakdatum : 9 juni 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : mr. P.C. van den Aarsen (Verkeersboete.nl)

1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 mei 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: negeren inhaalverbod: Bord F 1.
2.2.
Het verweer tegen de opgelegde boete
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en gemachtigde van betrokkene heeft namens betrokkene aangevoerd dat de gedraging niet is begaan. Betrokkene heeft namelijk een landbouwvoertuig ingehaald en dat is toegestaan. Daarnaast heeft de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht geen bewijskracht.
2.3.
Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
2.4.
De beoordeling va het verweer met betrekking tot de bewijskracht van het zaakoverzicht
De kantonrechter overweegt dat volgens vaste rechtspraak de vaststelling dat een gedraging is verricht ook op een niet-ambtsedige verklaring van een verbalisant kan worden gebaseerd. Dit verweer van gemachtigde treft dan ook geen doel.
2.5.
De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd
Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“(…) Gedragingsgegevens: Wij, verbalisanten zagen dat betrokken voertuig een vrachtwagen inhaalde waar dit niet is toegestaan. (…)”
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisanten – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Hetgeen namens betrokkene is aangevoerd is naar het oordeel van de kantonrechter ongeloofwaardig. In de fase bij de officier van justitie is namens betrokkene ‘betwist dat het juiste kenteken is genoteerd, hij is daar niet geweest evenals het voertuig’ en in de fase bij de kantonrechter is namens betrokkene aangevoerd dat betrokkene ‘zich het voorval nog goed kan herinneren’ en dat – hetgeen zou zijn toegestaan – er een landbouwvoertuig is ingehaald. De kantonrechter ziet daarom ook geen aanleiding om het verweer van betrokkene te laten prevaleren boven dat van de verbalisanten. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
2.6.
Proceskosten
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: