ECLI:NL:RBNHO:2023:8264

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
21 juni 2023
Publicatiedatum
22 augustus 2023
Zaaknummer
10421042 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor onjuist parkeren op taxi-parkeerplaats

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens parkeren op een parkeergelegenheid bestemd voor taxi’s tijdens de aangegeven tijden. Betrokkene betwistte de boete en voerde aan dat de verkeersborden onduidelijk en dubbelzinnig waren, waardoor hij redelijkerwijs niet aan het verbod kon voldoen.

Op de zitting verscheen de gemachtigde van betrokkene, terwijl betrokkene zelf afwezig was. De officier van justitie handhaafde de boete en verzocht de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren. De kantonrechter oordeelde dat uit de overgelegde foto’s bleek dat de borden duidelijk waren en dat betrokkene op zondagavond om 22.56 uur parkeerde op een plek die alleen voor taxi’s bestemd was.

De boete werd daarom terecht opgelegd. Het onjuist interpreteren van de bebording is voor rekening van betrokkene. Er was geen reden om de boete te matigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskosten werd afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren op een taxi-parkeerplaats wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskosten wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10421042 \ WM VERZ 23-221
CJIB-nummer : 247977852
Uitspraakdatum : 21 juni 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Appjection B.V.

1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 juni 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. Namens gemachtigde van betrokkene is S.N. Velker verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op parkeergelegenheid, terwijl voertuig niet tot aangegeven categorie of groep voertuigen behoorde.
2.2.
Het verweer tegen de opgelegde boete
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en gemachtigde van betrokkene heeft namens betrokkene aangevoerd dat het verkeersbord niet voldoende zichtbaar was. De wijze waarop de beperking van de parkeergelegenheid is aangegeven is incorrect, onduidelijk en dubbelzinnig. Betrokkene kan daarom redelijkerwijs niet gehouden worden aan het betreffende gebod of verbod. Gemachtigde van betrokkene heeft een foto van het betreffende bord overgelegd.
2.3.
Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
2.4.
De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd
De kantonrechter is het niet met gemachtigde eens dat de bebording onduidelijk zou zijn. Uit de zich in het aanvullend proces-verbaal bevindende foto blijkt dat er aan de rechterzijde van het bord een parkeergelegenheid is voor taxi’s van donderdag tot en met zondag tussen 21.00 uur en 06.00 uur. Op het een na onderste bord is duidelijk aangegeven dat op de overige tijden betaald moet worden om te mogen parkeren. Betrokkene heeft op deze locatie geparkeerd op zondag 19 februari om 22.56 uur, een tijdstip waarop er volgens de bebording sprake is van een parkeergelegenheid voor taxi’s. De boete is dus terecht opgelegd. Dat betrokkene de bebording onjuist heeft geïnterpreteerd is een omstandigheid die voor rekening en risico van betrokkene dient te blijven. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
2.5.
Proceskosten
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: