Uitspraak
1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
2.Overwegingen
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad of ruiterpad. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 7 juni 2023 stelde de gemachtigde van betrokkene dat er geen zaakoverzicht was ontvangen en dat betrokkene niet was gehoord, wat volgens hem tot vernietiging van de beslissing moest leiden. Tevens werd een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel en werd aangevoerd dat er weinig parkeerplaatsen beschikbaar zijn.
De officier van justitie erkende dat de informatieplicht en hoorplicht waren geschonden en verzocht vernietiging van haar beslissing, maar wilde het beroep verder ongegrond laten verklaren. De kantonrechter oordeelde dat de informatieplicht en hoorplicht inderdaad waren geschonden, waardoor de beslissing van de officier van justitie werd vernietigd.
Desondanks bleek uit het dossier, met name de verklaring van de verbalisant en foto’s, dat de gedraging waarvoor de boete was opgelegd voldoende vaststond. Het ontbreken van parkeerplaatsen en het niet hinderlijk parkeren konden de overtreding niet rechtvaardigen. Daarom werd het beroep tegen de boete ongegrond verklaard. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Beroep tegen boete voor stilstaan op voetpad wordt ongegrond verklaard ondanks schending van informatie- en hoorplicht.