ECLI:NL:RBNHO:2023:8273

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
21 juni 2023
Publicatiedatum
22 augustus 2023
Zaaknummer
10421055 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor vasthouden mobiel tijdens rijden

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden. Hiertegen stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens richtte betrokkene zich tot de kantonrechter.

Tijdens de zitting was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, maar betrokkene en diens gemachtigde verschenen niet. De gemachtigde had een verklaring van de bijrijder overgelegd waarin werd gesteld dat niet de bestuurder, maar de bijrijder de telefoon vasthield.

De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant, die had vastgesteld dat de bestuurder de telefoon in de linkerhand hield en slingerde met het voertuig, overtuigend was. De verklaring van de bijrijder gaf onvoldoende aanleiding om aan de waarneming te twijfelen. Daarom werd de boete terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.

Proceskosten werden niet toegekend. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter I.H. Lips en in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2023.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10421055 \ WM VERZ 23-224
CJIB-nummer : 246297757
Uitspraakdatum : 21 juni 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
Gemachtigde : Boete.nu (M.J.M. Bergers)

1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 juni 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.
2.2.
Het verweer tegen de opgelegde boete
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete en door gemachtigde van betrokkene is namens betrokkene aangevoerd dat de bijrijder wel een telefoon vasthield, maar betrokkene als bestuurder van het voertuig niet. Gemachtigde van betrokkene heeft de schriftelijke verklaring van de bijrijder overgelegd, inhoudende dat zij en niet de bestuurder een mobiele telefoon in haar hand had.
2.3.
Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
2.4.
De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd
Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“(…) Gedragingsgegevens: Ik, verbalisant, zag dat betrokkene reed in de richting van Den Helder. Betrokkene hield geen constante snelheid en slingerde in zijn rijstrook. Toen ik betrokkene passeerde zag ik dat hij zijn telefoon in zijn linkerhand vasthield. (…)”
Daarnaast heeft de verbalisant een aanvullend proces-verbaal opgemaakt waarin het volgende is verklaard.
“(…) Bij het passeren zag ik dat betrokkene een mobiele telefoon in zijn linkerhand vasthield. Hij hield deze links naast het stuur. Ik heb duidelijk kunnen waarnemen dat het een donkerkleurige telefoon betrof en geen voorwerp als brillenkoker of navigatiesysteem. In tegenstelling tot wat betrokkene stelt werd de telefoon NIET door de bijrijder vastgehouden, maar door de bestuurder zelf. (…)”
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaringen van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De verbalisant is heel duidelijk in hetgeen hij heeft waargenomen en daarnaast verklaart de verbalisant dat de telefoon niet door de bijrijder maar door de bestuurder werd vastgehouden. Daarbij weegt mee dat de verbalisant eveneens heeft waargenomen dat het voertuig geen vaste snelheid hield en slingerde. De door betrokkene overgelegde verklaring van de bijrijder geeft de kantonrechter onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
2.5.
Proceskosten
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: