Op 2 mei 2023 werd verdachte gearriveerd op Schiphol met een koffer waarin 2002,4 gram cocaïne werd aangetroffen. Verdachte verklaarde niet te weten van de drugs in zijn koffer, die hij tweedehands had gekocht in Lima. De rechtbank achtte deze verklaring ongeloofwaardig vanwege inconsistenties, het ontbreken van bewijs voor zijn verhaal en het feit dat hij de verdikking in de koffer had kunnen opmerken.
De rechtbank stelde vast dat verdachte opzettelijk de cocaïne heeft ingevoerd en verwierp het verweer van gebrek aan opzet. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, conform de richtlijnen van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de hoeveelheid drugs en de persoon van verdachte, die niet eerder voor een Opiumwetdelict was veroordeeld.
De straf wordt volledig uitgezeten in detentie met aftrek van het voorarrest. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden. De uitspraak werd gedaan op 22 augustus 2023 door de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Noord-Holland te Alkmaar.