In deze kort gedingprocedure vordert eiseres de schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis van 6 juni 2023 en opheffing van beslag dat op haar banktegoeden en voertuig is gelegd. Het vonnis verplichtte haar om procedures in Iran over een bruidsschat te staken, onder dreiging van dwangsommen. Eiseres stelt dat er geen lopende procedures zijn en dat het beslag onrechtmatig is.
De voorzieningenrechter overweegt dat onvoldoende aannemelijk is dat eiseres dwangsommen heeft verbeurd, omdat niet is gebleken dat zij het vonnis niet is nagekomen. De executant heeft niet bewezen dat eiseres niet aan haar verplichtingen heeft voldaan. Ook is het beslag onrechtmatig gelegd en dient het te worden opgeheven.
Daarnaast wordt de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst omdat deze, gezien de omstandigheden en het ontbreken van een grondslag voor executie, misbruik van recht oplevert. De rechtbank wijst de vorderingen toe, legt een dwangsom op bij niet-naleving van de opheffing van het beslag en bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.