ECLI:NL:RBNHO:2023:8367

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 augustus 2023
Publicatiedatum
23 augustus 2023
Zaaknummer
9265299 \ CV FORM 21-3817
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Restitutie van vliegtickets voor heenvlucht toegewezen aan passagier

De passagier vorderde restitutie van vliegtickets van Deutsche Lufthansa. Omdat geen gespecificeerde factuur was verstrekt voor de heen- en terugvlucht, stelde de kantonrechter vast dat de vervoerder slechts gehouden was tot restitutie van de heenvlucht.

De passagier had in totaal €5.144,69 betaald, waarvan de helft, €2.572,35, werd toegewezen als redelijke vergoeding voor de heenvlucht. De gevorderde wettelijke rente werd eveneens toegewezen omdat de vervoerder dit onvoldoende had gemotiveerd betwist.

De passagier had ook incassokosten gevorderd, maar deze vordering werd afgewezen omdat niet was aangetoond dat de werkzaamheden meer omvatten dan gebruikelijke aanmaningen. De proceskosten werden aan de vervoerder opgelegd omdat deze grotendeels in het ongelijk werd gesteld.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitkomst: De vervoerder is veroordeeld tot betaling van €2.572,35 plus wettelijke rente en proceskosten aan de passagier.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9265299 \ CV FORM 21-3817
Uitspraakdatum: 16 augustus 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: [gemachtigde] (D.A.S. Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V.)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Deutsche Lufthansa A.G.
gevestigd te Keulen (Duitsland)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigden: mr. E.A. Pluijm en mr. L.E. Schalk (Russell Advocaten)

1.Het verdere procesverloop

1.1.
De passagier is bij tussenvonnis van 26 april 2023 (hierna: het tussenvonnis) in de gelegenheid gesteld om toe te lichten wat hij voor de heenvlucht heeft betaald, hetgeen hij bij akte van 23 mei 2023 (hierna: de akte) heeft gedaan.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In de akte heeft de passagier gesteld dat Gate1 geen gespecificeerde factuur heeft verstrekt waarin de kosten voor de heen- en terugvlucht separaat worden weergegeven. De passagier verzoekt de kantonrechter dan ook om naar redelijkheid en billijkheid een bedrag vast te stellen.
2.2.
De passagier heeft blijkens de overgelegde boekingsbescheiden een bedrag van
€ 5.144,69 betaald. Gelet op het feit dat de vervoerder slechts gehouden is om de tickets van de heenvlucht te restitueren, ziet de kantonrechter aanleiding om de helft van het totaalbedrag toe te wijzen, te weten € 5.144,69:2 = € 2.572,35, nu niet is gesteld of gebleken dat voor de heenvlucht een ander bedrag is betaald.
2.3.
De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.
2.4.
De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De vervoerder heeft deze vordering (gemotiveerd) betwist. De passagier heeft hiertegenover onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (met de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
2.5.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat hij (grotendeels) ongelijk krijgt.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 2.572,35, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 november 2020 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
3.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 0,00;
griffierecht € 240,00;
salaris gemachtigde € 464‬,00;
3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter