ECLI:NL:RBNHO:2023:8368

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 augustus 2023
Publicatiedatum
23 augustus 2023
Zaaknummer
9928142 \ CV EXPL 22-3449
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 2 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004Artikel 222 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering compensatie vluchtvertraging wegens storm Eunice

AirHelp vorderde compensatie namens vier passagiers wegens een vluchtvertraging van meer dan drie uur op vlucht HV5964 van Kopenhagen naar Eindhoven op 18 februari 2022. De passagiers hadden hun rechten aan AirHelp gecedeerd. De vervoerder betwistte de vordering en stelde dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk storm Eunice.

De kantonrechter stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd was en dat AirHelp voldoende bewijs had geleverd dat de passagiers een bevestigde boeking hadden. De vertraging van meer dan drie uur was onbetwist, maar de vervoerder voerde aan dat de storm Eunice de oorzaak was, waardoor landen op Eindhoven Airport niet mogelijk was vanwege te hoge windsnelheden.

De vervoerder onderbouwde dit met interne rapporten en weersgegevens. De kantonrechter achtte deze bewijsmiddelen betrouwbaar en concludeerde dat sprake was van buitengewone omstandigheden. Daarnaast oordeelde de rechter dat de vervoerder alle redelijke maatregelen had genomen om de vertraging te beperken, zoals wachten op betere weersomstandigheden en het niet kunnen inzetten van een ander toestel of uitwijken naar een andere luchthaven.

Gelet op deze omstandigheden werd de vordering van AirHelp afgewezen. AirHelp werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en nakosten van de vervoerder. Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter S.N. Schipper.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens vluchtvertraging wordt afgewezen vanwege buitengewone weersomstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9928142 \ CV EXPL 22-3449, 9928741 \ CV EXPL 22-3451, 9962912 \ CV EXPL 22-3838
Uitspraakdatum: 16 augustus 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de commanditaire vennootschap
Transavia Airlines C.V.
gevestigd te Schiphol
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. L. Kloot

1.Het procesverloop

1.1.
Bij vonnissen in incident in de afzonderlijke zaken van 4 januari 2023 zijn de zaken gevoegd ex artikel 222 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Voor het procesverloop voorafgaand aan dit vonnis wordt naar die afzonderlijke vonnissen verwezen.
1.2.
De vervoerder heeft vervolgens schriftelijk geantwoord in de hoofdzaak. AirHelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. AirHelp heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, geen akte uitlating producties meer genomen.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] (hierna te noemen: de passagiers) hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen diende te vervoeren van Copenhagen Airport Kastrup, Kopenhagen (Denemarken) naar Eindhoven Airport met vlucht HV5964 op 18 februari 2022, hierna: de vlucht.
2.2.
De vlucht heeft meer dan drie uur vertraging opgelopen.
2.3.
De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht aan AirHelp gecedeerd.
2.4.
AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging.
2.5.
De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3.De vordering en het verweer

3.1.
AirHelp heeft bij afzonderlijke dagvaardingen gevorderd dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 250,00 per passagier, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is te compenseren conform artikel 7 van Pro de Verordening tot een bedrag van € 250,00 per passagier.
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoeder voert allereerst aan dat AirHelp ten aanzien van [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] geen ticket, boardingpass of ander bewijs heeft overgelegd waaruit blijkt dat zij een bevestigde boeking hadden voor de vlucht.
4.3.
De kantonrechter overweegt dat uit artikel 3 lid 2 van Pro de Verordening volgt dat voor toepassing van de Verordening is vereist dat de passagiers beschikken over een bevestigde boeking voor de vlucht in kwestie en zich behalve in geval van annulering als bedoeld in artikel 5 - (tijdig) bij de incheckbalie hebben gemeld. In het arrest van het Hof van 21 december 2021 (C-146/20, C-188/20, C-196/20 en C-270.20) is een ruimere definitie aan het begrip boeking toegekend. Als de passagiers beschikken over een door de touroperator afgegeven ander bewijs in de zin van artikel 2 onder Pro g van de Verordening, dan staat dit andere bewijs ook gelijk aan een boeking. De bewijslast ter zake van het voornoemde rust op de passagiers.
4.4.
De kantonrechter is van oordeel dat AirHelp met het overleggen van een afschrift van de boekingsbevestigingen en haar toelichting daarop gemotiveerd heeft gesteld dat [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] beschikten over een bevestigde boeking voor de vlucht in kwestie. Dit verweer houd dan ook geen stand.
4.5.
Niet in geschil is dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de overeengekomen eindbestemming zijn aangekomen, zodat er in beginsel een compensatieplicht geldt voor de vervoerder. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening welke ondanks het treffen van redelijke maatregelen niet voorkomen hadden kunnen worden.
4.6.
De vervoerder heeft in dit verband aangevoerd dat de vlucht vertraagd is uitgevoerd vanwege storm Eunice. De vervoerder heeft hierbij toegelicht dat op 18 februari 2022 sprake was van onder meer hevige wind. Op het geplande tijdstip van aankomst op Eindhoven Airport (16:00 uur lokale tijd) was sprake van windsnelheden tussen de 46 en 52 knopen. Bovendien was sprake van een crosswind van 39,84 knopen. De toegestane windsnelheid bedraagt voor crosswind 33 knopen. Het was hierdoor niet toegestaan om te landen, aldus de vervoerder. Hierbij verwijst de vervoerder onder meer naar het OCC Management Report van 18 februari 2022 waarin staat: “
SW/HV5964/CPH-EIN Due to storm Eunice flight delayed due handling stop EIN and inboud slot” en naar het METAR-rapport. De vlucht is uiteindelijk met een vertraging van meer dan 6 uur uitgevoerd.
4.7.
Ten aanzien van de bewijskracht van het vluchtrapport en de uitdraaien van de systemen van de vervoerder overweegt de kantonrechter dat het enkele feit dat dit interne documenten betreffen niet betekent dat hieraan een lage(re) mate van bewijskracht toekomt.
4.8.
De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat op 18 februari 2022 sprake was van slecht weer (storm Eunice) en dat de vlucht hierdoor met vertraging is uitgevoerd. Dit volgt ook uit het vluchtrapport waarin code 77 (
GROUND HANDLING IMPAIRED BY ADVERSE WEATHER CONDITIONS – AIRCRAFT LOADING HAMPERED BY WEATHER CONDITIONS) staat genoemd. De ontstane vertraging ten gevolge vanwege het slechte weer levert dan ook een buitengewone omstandigheid op.
4.9.
Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagiers te voorkomen dan wel te beperken. De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend. De vervoerder heeft aangevoerd dat hij al het redelijkerwijs mogelijke heeft gedaan om de vertraging zo beperkt mogelijk te houden. In dit geval kon de vervoerder niet anders doen dan te wachten tot weer gevlogen kon worden. Het inzetten van een ander toestel was niet mogelijk, omdat dit toestel aan dezelfde beperkingen onderhevig zou zijn. Uitwijken naar een andere luchthaven in Nederland was eveneens niet mogelijk, omdat daar ook code rood gold vanwege storm Eunice. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder in dit geval nog meer of anders had moeten nemen om de vertraging te voorkomen dan wel te beperken. Gelet op het voorgaande zal de vordering van AirHelp worden afgewezen.
4.10.
De proceskosten komen voor rekening van AirHelp, omdat zij ongelijk krijgt. Gelet op deze uitkomst en gelet op het feit dat de vervoerder in de drie zaken één conclusie van antwoord en één conclusie van dupliek heeft ingediend ziet de kantonrechter aanleiding om alle zaken met één dictum af te doen. De kantonrechter zal het liquidatietarief toepassen als ware de gevoegde zaken in één dagvaarding waren aangebracht. Ook de nakosten komen voor rekening van AirHelp, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 264,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 66,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;
5.3.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter