Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.Overwegingen
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het rijden in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen. Betrokkene stelde dat hij had moeten worden staande gehouden, maar de verbalisant gaf aan dat dit niet mogelijk was omdat hij niet meer bij het voertuig kon komen.
Volgens artikel 5 WAHV Pro moet de boete aan de bestuurder worden opgelegd indien er een reële mogelijkheid tot staandehouding bestaat; anders kan de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd. De officier van justitie stelde dat de enkele vermelding van de verbalisant onvoldoende is om te concluderen dat staandehouding niet mogelijk was, en de verbalisant reageerde niet op een verzoek om nadere toelichting.
De kantonrechter volgt dit standpunt en oordeelt dat niet is vastgesteld dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. Daarom is de boete ten onrechte aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd en wordt het beroep gegrond verklaard. De beslissing van de officier van justitie en de boetebeschikking worden vernietigd en de betaalde zekerheidstelling wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boetebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende vaststelling van de onmogelijkheid tot staandehouding.