Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd en stelde daartegen administratief beroep in bij de officier van justitie. Deze verklaarde het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter tegen deze beslissing.
Tijdens de zitting op 25 april 2023 bevestigde de officier van justitie dat de beschikking op 13 september 2022 was ingetrokken en dat de intrekking op 14 september 2022 aan betrokkene was verzonden. De kantonrechter overwoog dat het besluit pas in werking treedt na bekendmaking, en dat betrokkene op het moment van het instellen van beroep op 23 september 2022 reeds op de hoogte was van de intrekking.
Daarom was het beroep bij de officier van justitie terecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskosten af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.