ECLI:NL:RBNHO:2023:8430

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 mei 2023
Publicatiedatum
25 augustus 2023
Zaaknummer
10364943 \ WM VERZ 23-167
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging feitcode en boetebedrag bij handelen in strijd met geslotenverklaring

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens handelen in strijd met een geslotenverklaring op een weggedeelte bestemd voor bepaalde voertuigen. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, waarbij werd aangevoerd dat het bord ter plaatse niet zichtbaar was en dat de feitcode onjuist was.

De kantonrechter stelde vast dat het C-bord wel degelijk aanwezig was, zoals blijkt uit schouwrapporten van de verbalisant, en dat betrokkene het bord is gepasseerd. De gedraging kon daarom worden vastgesteld en de boete was terecht opgelegd. Wel werd op verzoek van de officier van justitie de feitcode gewijzigd naar R550A, met een bijbehorend boetebedrag van €100.

Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard. Daarnaast werd de officier van justitie veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van in totaal €866,25, omdat betrokkene gedeeltelijk in het gelijk werd gesteld. Het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling moet aan betrokkene worden terugbetaald.

Uitkomst: De feitcode en het boetebedrag worden gewijzigd, het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en proceskosten worden toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10364943 \ WM VERZ 23-167
CJIB-nummer : 246678304
Uitspraakdatum : 15 mei 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : M.J.M. Bergers, Boete.nu te Maastricht.

1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 25 april 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
1.3.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting verzocht de feitcode en het bedrag van de boete te wijzigen.
1.4.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

De boete
2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: handelen in strijd met geslotenverklaring in beide richtingen weg(gedeelte) bestemd voor bepaalde categorie voertuigen.
Het verweer
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. De gemachtigde van betrokkene stelt dat betrokkene ter plaatse geen bord heeft gezien. Tevens stelt de gemachtigde dat de onjuiste feitcode is gehanteerd.
Beoordeling kantonrechter
2.3.
De kantonrechter stelt vast dat aan de voorwaarden van het Beleidskader wordt voldaan. Op de foto is weliswaar geen C-bord zichtbaar en evenmin dat het voertuig dat bord is gepasseerd, maar bij de stukken in het dossier bevindt zich wel een schouwrapport en op de zitting is door de vertegenwoordiger van de officier van justitie een schouwrapport overgelegd. Uit deze schouwrapporten blijkt dat door de verbalisant op 1 december 2021 en op 24 januari 2022 ter plaatse een schouw is gedaan en dat is vastgesteld dat het C-bord aanwezig was, zowel 200 meter vóór het begin van de geslotenverklaring als bij de ingang van de geslotenverklaring. Daaruit volgt ook dat het voertuig van betrokkene het C-bord is gepasseerd. Aan de hand van die schouwrapporten heeft de officier van justitie voldoende onderbouwd dat ten tijde van de gedragingen op 17 december 2021 het C-bord was geplaatst en is gepasseerd. De gedraging kan daarom worden vastgesteld. De boete is terecht opgelegd.
2.4.
Op de zitting heeft de vertegenwoordiger van officier van justitie verzocht om de feitcode te wijzigen in R550A- handelen in strijd met geslotenverklaring in beide richtingen (bord C1) wegen algemeen. Gelet hierop zal de feitcode worden gewijzigd in R550A- handelen in strijd met geslotenverklaring in beide richtingen (bord C1) wegen algemeen. Daarbij hoort een boete bedrag van € 100,00. Voor het overige verklaart de kantonrechter het beroep ongegrond.
Proceskosten
2.5.
Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt toegewezen, omdat betrokkene gedeeltelijk gelijk krijgt. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen die kosten worden vastgesteld op een bedrag van in totaal € 866,25. Daarbij is voor de procedure bij de officier van justitie een proceskostenvergoeding bepaald van € 447,75 (1,5 punten voor het beroepschrift en de hoorzitting, wegingsfactor 0.5, waarde per punt € 597,00) en voor de procedure bij de kantonrechter een proceskostenvergoeding van € 418,50 (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 837,00).
De uitspraak
De kantonrechter:
 verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
 vernietigt de beslissing van de officier van justitie, voor zover deze betrekking heeft op de omschrijving van de gedraging, de feitcode en het boetebedrag in de inleidende beschikking;
 wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat als omschrijving van de gedraging luidt ‘handelen in strijd met geslotenverklaring (bord C1) wegen algemeen’ en als feitcode ‘R550A';
 wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt vastgesteld op een bedrag van € 100,00 (met handhaving van de administratiekosten);
 bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene teveel aan zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;
 verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
 veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 866,25 en wijst de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden;
 bepaalt dat voormeld bedrag aan de gemachtigde van betrokkene zal worden uitbetaald door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Woerdman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: