Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 januari 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats 1] , eiser,
[huurder 1] B.V.en
[huurder 2] B.V.,
Rechtbank Noord-Holland
Eiser is eigenaar van een pand dat volgens het bestemmingsplan bestemd is voor horecabedrijven categorie 1, 2 en 4. De bovenverdieping wordt gebruikt voor huisvesting van arbeidsmigranten door een huurder, wat door het college van burgemeester en wethouders is aangemerkt als strijdig gebruik met het bestemmingsplan. Verweerder legde een last onder dwangsom op om dit gebruik te beëindigen.
De rechtbank oordeelt dat de huisvesting van arbeidsmigranten niet kan worden aangemerkt als logiesverstrekking in het kader van een horecabedrijf categorie 4, omdat essentiële dienstverlenende aspecten zoals receptie, schoonmaak en maaltijden ontbreken. Het gebruik betreft feitelijk kamerverhuur zonder aanvullende horeca-activiteiten.
Het beroep van eiser op het vertrouwensbeginsel faalt omdat het eerdere standpunt uit 2008 betrekking had op een ander bestemmingsplan en andere omstandigheden. De huurder kan niet als derde-belanghebbende deelnemen aan het geding omdat diens beroep niet-ontvankelijk is verklaard. De last onder dwangsom blijft daarom in stand en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De last onder dwangsom blijft in stand omdat de huisvesting van arbeidsmigranten niet binnen het bestemmingsplan valt.