Eiseres heeft een transitievergoeding betaald aan een werknemer die langdurig arbeidsongeschikt was en heeft vervolgens bij UWV compensatie van deze vergoeding gevraagd. UWV wees dit verzoek aanvankelijk af omdat de loondoorbetalingsperiode eindigde vóór de inwerkingtreding van de transitievergoeding. Na een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep wijzigde UWV haar standpunt en kende zij de compensatie alsnog toe.
De rechtbank oordeelt dat het gewijzigde besluit van UWV het geschil feitelijk heeft opgelost, waardoor eiseres geen procesbelang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het oorspronkelijke besluit. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank UWV tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres, aangezien zij met het gewijzigde besluit volledig aan het beroep tegemoet is gekomen. De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht en bedraagt €1.674,-.