Partijen zijn gehuwd en hebben drie minderjarige kinderen. De vrouw verzoekt voorlopige voorzieningen waaronder de toevertrouwing van de kinderen aan haar, het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, een zorgregeling en een kinderbijdrage. De man verzet zich niet tegen de toewijzing van de kinderen aan de vrouw en het gebruik van de woning, maar stelt een uitgebreidere zorgregeling voor met contactmomenten en overnachtingen.
De rechtbank overweegt dat de vrouw het grootste deel van de zorg draagt en kent de kinderen aan haar toe. De zorgregeling wordt vastgesteld met contactmomenten op maandag, vrijdag en zaterdag, waarbij na vier weken overnachtingen bij de man plaatsvinden. De veiligheid van de kinderen bij de man wordt niet betwist, ondanks eerdere zorgen van de vrouw.
Voor de kinderbijdrage wordt uitgegaan van het inkomen van partijen volgens de Tremanormen. De rechtbank bepaalt een bijdrage van €310 per kind per maand, rekening houdend met de zorgkorting en draagkracht. Het verzoek van de vrouw dat de man de hypotheeklasten betaalt wordt afgewezen omdat dit niet onder voorlopige voorzieningen valt, maar de man heeft toegezegd de helft van de hypotheeklasten te voldoen.
De beschikking is gegeven door rechter T.M. van Wassenaer-Westgeest en is onherroepelijk.