Eiser trad op 1 januari 2023 in dienst bij San Service als chauffeur voor 40 uur per week tegen een bruto uurloon van €13,10. De arbeidsovereenkomst was voor bepaalde tijd en viel onder de CAO Beroepsgoederenvervoer. San Service zegde de arbeidsovereenkomst op 15 april 2023 op, welke opzegging eiser accepteerde.
Eiser ontving op 30 april 2023 een salarisbetaling over april van slechts €193,23 bruto, terwijl hij voor 11 gewerkte dagen recht had op €947,47 bruto. Na sommatie door de gemachtigde van eiser betaalde San Service het achterstallige loon niet.
Eiser vorderde in kort geding betaling van het achterstallige loon, een gecorrigeerde salarisspecificatie en proceskosten. San Service verscheen niet op de zitting, waarna verstek werd verleend.
De kantonrechter oordeelde dat het spoedeisende belang bij de loonvordering voldoende was aangetoond en wees de vorderingen toe, met een termijn van vier weken voor het verstrekken van de correcte salarisspecificatie. San Service werd tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten.