Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht dat op rood stond. Betrokkene stelde dat het verkeerslicht op oranje stond en betwistte het bewijs. De officier van justitie handhaafde de boete en verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
Tijdens de zitting was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, maar betrokkene en diens gemachtigde verschenen niet. De kantonrechter nam de verklaring van de verbalisant als voldoende bewijs aan, die stelde dat het verkeerslicht ongeveer twee seconden op rood stond toen betrokkene doorging. Er was geen foto van de overtreding, maar dit was volgens de rechter niet noodzakelijk.
De kantonrechter oordeelde dat een enkele ontkenning onvoldoende is om aan de verklaring van de verbalisant te twijfelen en zag geen reden om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken.