ECLI:NL:RBNHO:2023:8982

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 juni 2023
Publicatiedatum
8 september 2023
Zaaknummer
10446274 \ WM VERZ 23-257
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond op boete voor niet verlenen van voorrang bij haaientanden

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet verlenen van voorrang aan bestuurders op een kruisende weg bij haaientanden op het wegdek. Betrokkene voerde aan dat zij tegelijkertijd met een groep fietsers overstak die voorrang kregen, en dat zij niet wist dat zij daardoor strafbaar zou zijn.

De officier van justitie handhaafde de boete en verzocht de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren. Op de zitting was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, betrokkene was afwezig.

De kantonrechter overwoog dat het verweer van betrokkene lijnrecht tegenover de verklaring van de verbalisant stond. De officier van justitie had de mogelijkheid gehad om een aanvullend proces-verbaal op te vragen, maar dit was niet gebeurd. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs kreeg betrokkene het voordeel van de twijfel.

Daarom werd de boete vernietigd en het beroep gegrond verklaard. Tevens werd bepaald dat de betaalde zekerheidstelling aan betrokkene wordt terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens niet verlenen van voorrang bij haaientanden is gegrond verklaard en de boete is vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10446274 \ WM VERZ 23-257
CJIB-nummer : 244179255
Uitspraakdatum : 30 juni 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).

1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 16 juni 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: bij op wegdek aangebrachte haaientanden geen voorrang verlenen aan bestuurders op kruisende weg.
2.2.
Het verweer tegen de opgelegde boete
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat er gelijktijdig met betrokkene een groep fietsers uit tegengestelde richting kwam aanfietsen en overstak. Deze fietsers kregen voorrang van de bestuurder op de kruisende weg, waardoor betrokkene ook met haar fiets kon oversteken. Betrokkene wist niet dat wanneer je als fietser voorrang krijgt, je evengoed strafbaar wordt.
2.3.
Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
2.4.
De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd
Betrokkene voert van begin af aan dat zij tegelijkertijd met een groep fietsers die voorrang kregen van de bestuurder op de kruisende weg overstak. Dit verweer staat lijnrecht tegenover de verklaring van de verbalisant. Het lag op de weg van de officier van justitie om naar aanleiding van dit specifieke verweer een aanvullend proces-verbaal bij de verbalisant op te vragen. De kantonrechter ziet geen reden om de officier van justitie nog in de gelegenheid te stellen een nader proces-verbaal te overleggen, omdat de officier die gelegenheid al voldoende heeft gehad. Betrokkene krijgt het voordeel van de twijfel. Nu de gedraging niet vaststaat, is de boete ten onrechte opgelegd. Het beroep is daarom gegrond.
De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: