ECLI:NL:RBNHO:2023:9038

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 juni 2023
Publicatiedatum
11 september 2023
Zaaknummer
10392675 \ WM VERZ 23-160
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onbillijkheid bij boete voor handelen in strijd met geslotenverklaring

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen. Hij stelde beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 30 juni 2023 verschenen zowel betrokkene als de vertegenwoordiger van de officier van justitie. Betrokkene voerde aan dat vanwege de Covid-19 lockdown zijn winkel gesloten moest blijven en het centrum uitgestorven was, waardoor hij meende dat de reguliere uitzondering voor laden en lossen van toepassing was.

De officier van justitie handhaafde de boete omdat essentiële winkels wel open mochten blijven en de koopavond formeel nog van kracht was. De kantonrechter oordeelde echter dat het opleggen van de boete onder de gegeven omstandigheden niet billijk was. Daarom verklaarde hij het beroep gegrond en vernietigde de beschikking en beslissing.

De officier van justitie moet het door betrokkene betaalde bedrag als zekerheidstelling terugbetalen. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van het vonnis.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wordt gegrond verklaard en de boetebeschikking wordt vernietigd vanwege onbillijke omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10392675 \ WM VERZ 23-160
CJIB-nummer : 246100482
Uitspraakdatum : 30 juni 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 30 juni 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen.
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat vanwege Covid-19 en de tijdelijke lockdown hij zijn winkel gesloten moest houden, dat het centrum uitgestorven was en er feitelijk geen sprake van een koopavond was, waardoor hij meende gebruik te kunnen maken van de reguliere uitzondering voor laden en lossen op maandag tot en met zaterdag van 17:00-19:30 uur.
2.3.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven aangezien er essentiële winkels in het centrum van Alkmaar liggen die wel open mochten zijn na 18:00 uur en de koopavond formeel nog van kracht was en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting een foto van de gedraging en nadere informatie overgelegd.
2.4.
De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval - gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht - het opleggen van een boete niet billijk is. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: