Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2023:9041

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 juni 2023
Publicatiedatum
11 september 2023
Zaaknummer
10461035 \ WM VERZ 23-279
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete doorrijden bij rood knipperlicht bij overweglichten gedeeltelijk gegrond verklaard

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het doorrijden bij een rood knipperlicht bij overweglichten. Tegen deze administratieve sanctie werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaarde. Betrokkene ging vervolgens in beroep bij de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelde dat de termijnoverschrijding bij de indiening van het beroepschrift verschoonbaar was, omdat betrokkene steeds tijdig had gereageerd op correspondentie en de intentie had het beroep tijdig in te dienen. Hierdoor werd het beroep inhoudelijk behandeld.

Op de zitting was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, betrokkene niet. De kantonrechter stelde vast dat de gedraging van doorrijden bij rood knipperlicht op basis van de verklaring van de verbalisant kon worden vastgesteld. Echter, gelet op het verweer van betrokkene dat de spoorbomen al open waren en dat een waarschuwing op zijn plaats was geweest, en de bevestiging hiervan bij het politiebureau, achtte de kantonrechter matiging van de boete passend.

Gezien de omstandigheden en de financiële situatie van betrokkene werd de boete gematigd tot nihil. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie gewijzigd.

Uitkomst: De boete voor doorrijden bij rood knipperlicht bij overweglichten is gematigd tot nihil.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10461035 \ WM VERZ 23-279
CJIB-nummer : 249391339
Uitspraakdatum : 30 juni 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
Bij uitspraak van 26 april 2023 heeft de kantonrechter het bedrag van de door betrokkene te stellen zekerheid tot nihil verlaagd.
1.3.
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 30 juni 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: doorrijden bij rood knipperlicht bij overweglichten.
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat de spooorwegbomen al open waren en dat een waarschuwing op zijn plaats was geweest.
2.3.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk te verklaren.
2.4.
De kantonrechter acht de termijnoverschrijding bij de kantonrechter verschoonbaar. Het beroepschrift is tijdig gedagtekend op 12 september 2022 en kort na het verlopen van de beroepstermijn ontvangen. Omdat uit de stukken in het dossier blijkt dat betrokkene steeds tijdig heeft gereageerd op brieven van de CVOM en het CJIB, heeft betrokkene met het beroepschrift ook de intentie gehad om deze tijdig in te dienen. Deze omstandigheden maken dat er wordt toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak.
2.5.
De kantonrechter is van oordeel dat de gedraging op basis van de verklaring van de verbalisant kan worden vastgesteld. De kantonrechter is echter wel van oordeel, gelet op het door betrokkene gevoerde verweer, dat de verbalisant ook had kunnen volstaan met een waarschuwing. Betrokkene is direct na de gedraging naar het politiebureau gegaan en werd bevestigd in haar gevoel dat een waarschuwing op zijn plaats was geweest. Deze omstandigheden en de financiële omstandigheden van betrokkene maken dat de kantonrechter van oordeel is dat de boete dient te worden gematigd tot nihil. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: