ECLI:NL:RBNHO:2023:9168
Rechtbank Noord-Holland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Ontruiming woning na overlijden huurder en niet tijdig omzetting huurovereenkomst
Woonwaard heeft de gedaagde gedagvaard wegens het niet ontruimen van een woning nadat de oorspronkelijke huurder, de moeder van de gedaagde, was overleden. De huurovereenkomst eindigde volgens artikel 7:268 lid 6 BW Pro automatisch na het overlijden, omdat niet tijdig om omzetting was verzocht. Ondanks het aanbod van een andere woning en meerdere uitstelverzoeken, bleef de gedaagde in de woning.
De kantonrechter verleende verstek omdat de gedaagde niet was verschenen. De vordering tot ontruiming werd toegewezen, inclusief een dwangsom van € 500 per dag bij niet-naleving, met een maximum van € 5.000. Tevens werd de gedaagde veroordeeld tot betaling van de huur vanaf 1 augustus 2023 en de proceskosten.
De kantonrechter wees de machtiging tot gedwongen ontruiming af, aangezien de deurwaarder zonder toestemming het pand kan betreden voor uitvoering van het vonnis. De vermeerdering van eis en uitvoerbaarheid bij voorraad werden buiten beschouwing gelaten wegens niet tijdige kennisgeving aan de gedaagde.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige omzetting van huurovereenkomsten na overlijden en bevestigt dat niet-naleving leidt tot ontruiming en financiële sancties.
Uitkomst: De gedaagde is veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen drie dagen en betaling van huur en proceskosten.