ECLI:NL:RBNHO:2023:9233

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
14 juli 2023
Publicatiedatum
18 september 2023
Zaaknummer
10498850 \ WM VERZ 23-332
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHVBijlage I RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor parkeren buiten parkeervak

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens parkeren buiten een parkeervak bij een van de borden E4 tot en met E10, E12 of E13 van het RVV 1990. Betrokkene stelde dat hij wel in een parkeervak had geparkeerd en dat de verkeerssituatie onduidelijk en dubbelzinnig was, mede omdat meerdere voertuigen op dezelfde wijze stonden geparkeerd.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie handhaafde de boete en verzocht de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren. Op de zitting verduidelijkte de officier van justitie met behulp van Google Maps dat de situatie ter plaatse duidelijk was en dat er geen parkeervak aanwezig was.

De kantonrechter oordeelde dat de plaats waar het voertuig stond niet als parkeervak kon worden aangemerkt en dat uit de stukken, met name de verklaring van de verbalisant, voldoende bleek dat de overtreding had plaatsgevonden. Er waren geen gronden om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren buiten het parkeervak wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10498850 \ WM VERZ 23-332
CJIB-nummer : 249100672
Uitspraakdatum : 14 juli 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : Appjection B.V. (I. Wezenberg)

1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 juli 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren buiten parkeervak bij één van de borden E4 tot en met E10, E12 of E13 van de bijlage I van het RVV 1990.
2.2.
Het verweer tegen de opgelegde boete
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete en door gemachtigde van betrokkene is namens betrokkene aangevoerd dat betrokkene heeft geparkeerd in een parkeervak. De gedraging is niet begaan. Er stonden meerdere voertuigen op die wijze geparkeerd. Hieruit blijkt dat de verkeerssituatie onduidelijk en dubbelzinnig is.
2.3.
Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
2.4.
De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd
De gemachtigde van betrokkene is van mening dat de plaats waar het voertuig geparkeerd stond ook als parkeervak heeft te gelden dan wel dat niet voldoende duidelijk was dat er niet geparkeerd mocht worden. De kantonrechter deelt deze opvatting van de gemachtigde niet, nu de plaats waar het voertuig van de betrokkene geparkeerd stond naar de uiterlijke verschijningsvorm niet als een tot parkeren bestemd weggedeelte kan worden aangemerkt. Op de zitting heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie door middel van Google Maps de situatie verduidelijkt en daarmee is te meer overtuigend geworden dat de situatie ter plaatse voldoende duidelijk is, er geen parkeervak aanwezig is en het voertuig dus niet op die plaats had mogen parkeren. De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
2.5.
Proceskosten
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: