Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2023:9247

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 juli 2023
Publicatiedatum
18 september 2023
Zaaknummer
10521408 \ WM VERZ 23-368
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechtelijke vernietiging boete parkeren zonder vergunning

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren op een parkeerplaats bestemd voor vergunninghouders zonder de juiste vergunning. Betrokkene stelde dat zij wel in het bezit was van een geldige parkeervergunning en betwistte de overtreding.

De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting was de officier van justitie aanwezig, betrokkene niet.

De kantonrechter stelde vast dat uit het proces-verbaal van de verbalisant bleek dat de parkeervergunning niet bekend was in het systeem van de gemeente Dijk en Waard en dat er geen gegevens waren die het bestaan van de overtreding konden bevestigen. Hierdoor werd het voordeel van de twijfel aan betrokkene gegeven.

Omdat de overtreding niet vaststond, werd de boete vernietigd en werd de officier van justitie opgedragen het reeds betaalde bedrag terug te betalen. Het beroep werd gegrond verklaard en de beschikking vernietigd.

Uitkomst: De boete voor parkeren zonder vergunning wordt vernietigd en het betaalde bedrag wordt terugbetaald.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10521408 \ WM VERZ 23-368
CJIB-nummer : 246241475
Uitspraakdatum : 26 juli 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 14 juli 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voertuig parkeren op parkeerplaats voor vergunninghouders in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene ontkent dat de gedraging omdat zij in het bezit is van een parkeervergunning om ter plaatse te mogen parkeren.
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat de verbalisant in een op 9 mei 2023 opgemaakt proces-verbaal heeft verklaard dat de beschikking niet bekend is in het systeem van de gemeente Dijk en Waard en er binnen de gemeente geen gegevens bekend zijn welke door de officier van justitie zijn opgevraagd. Betrokkene krijgt daarom het voordeel van de twijfel. Nu de gedraging niet vaststaat, is de boete ten onrechte opgelegd.
Het beroep is dus gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: