ECLI:NL:RBNHO:2023:9250

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 juli 2023
Publicatiedatum
18 september 2023
Zaaknummer
10521420 \ WM VERZ 23-370
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WAHVArt. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard op boete voor fout parkeren buiten toegestane voertuigcategorie

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het parkeren van een voertuig op een parkeergelegenheid terwijl het voertuig niet tot de aangegeven categorie behoorde. Betrokkene stelde dat het voertuig bij een boer was gestald omdat hij tijdelijk naar Marokko ging en dat het voertuig niet kon rijden.

De officier van justitie verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, betrokkene was niet verschenen.

De kantonrechter overwoog dat uit de verklaring van de verbalisant en de foto’s voldoende blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden. Het verweer van betrokkene dat het voertuig niet kon rijden en geen toestemming was gegeven om het voertuig te verplaatsen, werd niet aannemelijk geacht, mede omdat het voertuig drie keer was verplaatst.

De kantonrechter concludeerde dat de boete terecht was opgelegd en zag geen reden om deze te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor fout parkeren wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10521420 \ WM VERZ 23-370
CJIB-nummer : 248781078
Uitspraakdatum : 26 juli 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 14 juli 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op parkeergelegenheid, terwijl voertuig niet tot aangegeven categorie of groep voertuigen behoorde.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene stelt dat hij het voertuig had gestald bij een boer omdat hij voor enige tijd naar Marokko ging. Tevens stelt betrokkene dat er niet gereden kon worden met het voertuig.
In de toelichting van het zaakoverzicht verklaart de verbalisant onder andere het volgende:
“ik verbalisant heb er alles aan gedaan om deze persoon te spreken te krijgen om het voertuig weg te laten halen. Niets heeft gewerkt. Staat al weken geschorst op dezelfde plek geparkeerd.“
De kantonrechter overweegt dat artikel 5 WAHV Pro bepaalt dat wanneer is vastgesteld dat een gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, maar niet meteen is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de boete wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant en de foto’s van de gedraging – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Hetgeen betrokkene aanvoert, namelijk dat er geen toestemming is gegeven om het voertuig te verplaatsen, is op geen enkele wijze onderbouwd, zodat de kantonrechter dit verweer niet aannemelijk acht. Daarnaast is het voertuig drie keer verplaatst. Hiermee is het verweer dat het voertuig niet kon rijden naar het oordeel van de kantonrechter ook niet aannemelijk. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: