Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2023:9251

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 juli 2023
Publicatiedatum
18 september 2023
Zaaknummer
10487213 \ WM VERZ 23-317
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WAHVArt. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen boete voor parkeren met voertuig buiten toegestane categorie

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens parkeren op een parkeergelegenheid terwijl het voertuig niet tot de aangegeven categorie of groep voertuigen behoorde. Betrokkene stelde dat het voertuig gestald was bij een boer omdat hij naar Marokko ging en dat er niet mee gereden kon worden.

De kantonrechter oordeelde dat op grond van artikel 5 WAHV Pro de boete terecht aan betrokkene is opgelegd omdat het kenteken op zijn naam stond en uit de verklaring van de verbalisant en foto’s voldoende blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden. Het verweer dat het voertuig niet verplaatst kon worden werd verworpen, mede omdat uit andere boetes bleek dat het voertuig meerdere keren was verplaatst.

Betrokkene bracht onvoldoende feiten aan om de verklaring van de verbalisant te betwijfelen. De kantonrechter zag geen reden om de boete te matigen en verklaarde het beroep ongegrond. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter A.P. Ploeger op 26 juli 2023.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens parkeren met een voertuig buiten de toegestane categorie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10487213 \ WM VERZ 23-317
CJIB-nummer : 248623434
Uitspraakdatum : 26 juli 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 14 juli 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op parkeergelegenheid, terwijl voertuig niet tot aangegeven categorie of groep voertuigen behoorde.
De kantonrechter heeft ter zitting de zekerheidstelling op nihil bepaald, zodat is toegekomen aan de inhoudelijke behandeling van de zaak.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene stelt dat hij het voertuig had gestald bij een boer omdat hij voor enige tijd naar Marokko ging. Tevens stelt betrokkene dat er niet gereden kon worden met het voertuig.
De kantonrechter overweegt dat artikel 5 WAHV Pro bepaalt dat wanneer is vastgesteld dat een gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, maar niet meteen is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de boete wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant en de foto’s van de gedraging – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Hetgeen betrokkene aanvoert, namelijk dat er geen toestemming is gegeven om het voertuig te verplaatsen, is op geen enkele wijze onderbouwd, zodat de kantonrechter dit verweer niet aannemelijk acht. Daarnaast volgt uit twee andere boetes dat het voertuig in de betreffende periode tenminste drie keer is verplaatst. Hiermee is het verweer dat het voertuig niet kon rijden naar het oordeel van de kantonrechter ook niet aannemelijk. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: