Op 7 november 2022 vond in Koog aan de Zaan een steekpartij plaats tussen verdachte en het slachtoffer, waarbij verdachte meerdere keren met een mes stak. De rechtbank acht bewezen dat verdachte met opzet, in voorwaardelijke zin, heeft gehandeld met de aanmerkelijke kans op overlijden van het slachtoffer.
De verdediging voerde noodweer aan, stellende dat verdachte zich moest verdedigen tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. De rechtbank kon de precieze toedracht echter niet vaststellen vanwege tegenstrijdige verklaringen en beperkte forensische gegevens. Hierdoor werd het beroep op noodweer verworpen.
Hoewel reclassering adviseerde toepassing van het adolescentenstrafrecht, werd dit afgewezen omdat verdachte meerderjarig was en het advies onvoldoende grond bood om af te wijken van het volwassenenstrafrecht. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 365 dagen op, waarvan 188 voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering wegens onduidelijkheid over de toedracht en eigen schuld. Het mes waarmee het feit werd gepleegd is verbeurd verklaard. De rechtbank bepaalde dat de verdachte strafbaar is en veroordeelde hem overeenkomstig.