Uitspraak
- de broer in persoon, bijgestaan door mr. Van Rossen voornoemd,
- de zus in persoon, bijgestaan door mr. Ruys voornoemd.
1.De procedure
- de aanvullende productie 11,
Rechtbank Noord-Holland
Broer en zus zijn in geschil geraakt over de begraafplaats van hun overleden broer, die sinds tien jaar in een instelling verbleef en leed aan schizofrenie. De broer stelt dat de overledene begraven wilde worden in een familiegraf in hun woonplaats, terwijl de zus zich beroept op een schriftelijke laatste wensenlijst opgesteld door de persoonlijk begeleider, waarin begrafenis op begraafplaats Westerveld in Driehuis is aangegeven.
De voorzieningenrechter heeft tijdens de mondelinge behandeling telefonisch contact opgenomen met de persoonlijk begeleider, die bevestigde dat de overledene meerdere keren de begraafplaats Westerveld bij naam noemde en absoluut niet gecremeerd wilde worden. De begeleider had gedurende zes jaar bijna dagelijks contact met de overledene en verklaarde dat de wensenlijst is ingevuld op momenten dat de overledene helder was.
De voorzieningenrechter hecht grote waarde aan deze verklaring en concludeert dat de schriftelijke wensenlijst de werkelijke wens van de overledene weergeeft. Daarom wordt de vordering van de broer afgewezen en de vordering van de zus toegewezen, waarbij de broer wordt veroordeeld tot medewerking aan de begrafenis op de begraafplaats Westerveld. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De broer wordt veroordeeld tot medewerking aan de begrafenis op begraafplaats Westerveld in Driehuis conform de laatste wensenlijst.