ECLI:NL:RBNHO:2023:9571

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 juli 2023
Publicatiedatum
27 september 2023
Zaaknummer
10531920 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen boete parkeren bij onduidelijke bordplaatsing

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren op een plek waar dat volgens een bord E1 verboden zou zijn. Betrokkene voerde aan dat het bord aan de andere zijde van de weg stond dan waar het voertuig geparkeerd was. De officier van justitie handhaafde aanvankelijk de boete, maar trok dit op de zitting in en verzocht het beroep gegrond te verklaren.

De kantonrechter oordeelde dat de overgelegde foto's van het bord E1 onvoldoende duidelijkheid boden over de exacte locatie van het bord en de positie van het voertuig. Het bord verbiedt parkeren op de rijbaan, niet in de berm, en het was niet overtuigend vastgesteld dat het voertuig op de rijbaan stond. Hierdoor kreeg betrokkene het voordeel van de twijfel.

De boete en de beslissing van de officier van justitie werden vernietigd. Tevens werd bepaald dat de betaalde zekerheidstelling aan betrokkene wordt terugbetaald. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd, met terugbetaling van de betaalde zekerheidstelling.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10531920 \ WM VERZ 23-391
CJIB-nummer : 247133045
Uitspraakdatum : 19 juli 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 juli 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod (szone)).
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat het bord E1 aan de andere zijde van de weg is geplaatst en niet zoals de verbalisant aangeeft aan de zijde waar het voertuig stond geparkeerd.
2.3.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt niet te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep gegrond te verklaren.
2.4.
De kantonrechter volgt het voorstel van de vertegenwoordiger van de officier van justitie. De verbalisant heeft foto’s overgelegd van de bebording E1, maar niet is vast te stellen op welke locatie deze bebording stond en waar het voertuig van betrokkene stond. Bord E1 verbiedt niet het parkeren in de berm. De reikwijdte ervan is beperkt tot de rijbaan. De kantonrechter is er niet van overtuigt dat het voertuig op de weg stond, zodat betrokkene het voordeel van de twijfel krijgt. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: