ECLI:NL:RBNHO:2023:9578

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 augustus 2023
Publicatiedatum
27 september 2023
Zaaknummer
10487218 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Boete voor onverzekerde bromfiets gematigd tot nihil wegens persoonlijke omstandigheden

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor een bromfiets. Betrokkene stelde beroep in tegen deze administratieve sanctie, maar dit werd door de officier van justitie ongegrond of niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Op de zitting was de officier van justitie vertegenwoordigd, maar betrokkene was afwezig. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging voldoende was komen vast te staan, namelijk dat het voertuig op de betreffende datum onverzekerd was en niet geschorst bij de RDW. De termijnoverschrijding van het beroep bij de officier van justitie werd verschoonbaar geacht vanwege de persoonlijke omstandigheden van betrokkene.

De gemachtigde van betrokkene gaf aan dat de bromfiets toebehoorde aan haar dochter, die psychiatrisch patiënt is, en dat zij bezig was het voertuig van naam te krijgen. Gezien deze omstandigheden matigde de kantonrechter de boete niet slechts tot de helft, zoals voorgesteld door de officier van justitie, maar tot nihil. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard en de officier van justitie werd opgedragen het reeds betaalde bedrag terug te betalen.

Uitkomst: De boete voor het niet verzekeren van de bromfiets is gematigd tot nihil vanwege persoonlijke omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10487218 \ WM VERZ 23-318
CJIB-nummer : 248275321
Uitspraakdatum : 4 augustus 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
[gemachtigde]

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 juli 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden.
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete en door gemachtigde van betrokkene is namens betrokkene aangevoerd dat de scooter van de dochter van gemachtigde was. De dochter van gemachtigde is psychiatrisch patiënt. Gemachtigde is een lange tijd bezig geweest om het voertuig van haar naam af te krijgen. Dit is inmiddels gelukt.
2.3.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting de kantonrechter verzocht om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten en de boete gelet op een eerdere uitspraak van deze rechtbank te matigen tot de helft.
2.4.
Betrokkene heeft het beroep bij de officier van justitie te laat ingesteld. De kantonrechter acht deze termijnoverschrijding, gelet op de persoonlijke omstandigheden in dit specifieke geval verschoonbaar, zodat wordt toegekomen aan een inhoudelijke behandeling van de zaak.
De kantonrechter overweegt dat de boete terecht is opgelegd, omdat het voertuig op de genoemde datum onverzekerd was en evenmin geschorst bij de RDW. Er is echter aanleiding om de boete verder te matigen dat de vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft voorgesteld. De kantonrechter ziet in de omstandigheden waarin de betrokkene verkeert aanleiding om het bedrag van de boete te matigen tot nihil. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: