De passagiers hadden een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht van Odessa naar Warschau en aansluitend naar Amsterdam op 5 oktober 2019. De eerste vlucht was vertraagd, waardoor zij hun aansluitende vlucht misten. De passagiers werden omgeboekt en arriveerden met een vertraging van ruim drie uur in Amsterdam.
Zij vorderden compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 wegens deze vertraging. De vervoerder betwistte de vordering en stelde dat de vertraging niet de oorzaak was van het missen van de aansluiting, omdat de overstaptijd voldoende was en alleen deze passagiers zich niet tijdig bij de gate hadden gemeld.
De kantonrechter stelde vast dat de geplande overstaptijd 70 minuten bedroeg en dat de aansluitende vlucht een vertrekvertraging van 15 minuten had. De passagiers waren de enige van de eerste vlucht die de aansluiting misten. De passagiers konden niet aannemelijk maken waarom zij niet tijdig bij de gate waren. Daarom werd geoordeeld dat de vertraging niet de oorzaak was van de gemiste aansluiting en werd de vordering afgewezen.
De proceskosten werden aan de passagiers opgelegd omdat zij in het ongelijk werden gesteld.