De zaak betreft een vordering van AirHelp tegen Etihad Airways PJSC tot compensatie wegens een vluchtvertraging van meer dan drie uur op vlucht EY264 van Abu Dhabi naar Colombo op 17 en 18 juni 2019. AirHelp baseert haar vordering op Verordening (EG) nr. 261/2004.
De vervoerder werd bij verstek veroordeeld, waarna zij in verzet kwam en stelde dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk de aanslagen in Colombo op 21 april 2019, die een aanpassing van het vluchtplan noodzakelijk maakten om de veiligheid te waarborgen.
De rechtbank oordeelt dat de vervoerder onvoldoende heeft onderbouwd dat de wijziging van het vluchtplan verband hield met de aanslagen en dat de vertraging daardoor is veroorzaakt. Er is geen bewijs geleverd van interne besluitvorming of andere documenten die de reden voor de wijziging aantonen.
Het beroep op buitengewone omstandigheden faalt daarom en het verzet wordt ongegrond verklaard. Het verstekvonnis wordt bevestigd en de vervoerder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.