Uitspraak
1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
2.Overwegingen
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor rechts inhalen waar dat verboden is en ging hiertegen in beroep bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 9 juni 2023 verschenen zowel de gemachtigde van betrokkene als de vertegenwoordiger van de officier van justitie.
Betrokkene erkende de overtreding maar voerde aan dat hij in paniek verkeerde vanwege een vermeende achtervolging door twee mannen in een Mercedes, die later politie bleken te zijn. De kantonrechter oordeelde dat deze omstandigheden geen reden zijn om de boete te matigen, omdat het overtreden van verkeersregels niet gerechtvaardigd is, ook niet in stressvolle situaties.
De gemachtigde stelde dat de boete met 25% verlaagd moest worden vanwege schending van de hoorplicht door de officier van justitie, verwijzend naar een eerdere uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De rechtbank erkende de schending van de hoorplicht, omdat betrokkene en zijn gemachtigde niet fysiek of telefonisch zijn gehoord, maar vond dat dit niet gelijkgesteld kon worden aan de situatie in de genoemde uitspraak, omdat betrokkene werd bijgestaan door een professioneel gemachtigde en schriftelijk gelegenheid kreeg het beroep toe te lichten.
De kantonrechter vernietigde daarom de beslissing van de officier van justitie wegens schending van de hoorplicht, maar verklaarde het beroep tegen de boete ongegrond en wees het verzoek tot matiging af. Proceskosten werden niet toegekend. De uitspraak is gedaan door kantonrechter M. Woerdman op 23 juni 2023.
Uitkomst: De boete wegens rechts inhalen wordt gehandhaafd ondanks schending van de hoorplicht; het beroep wordt ongegrond verklaard.