ECLI:NL:RBNHO:2024:10058
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Oplegging ISD-maatregel voor diefstallen en lokaalvredebreuk wegens recidive en problematische leefomstandigheden
De verdachte werd beschuldigd van vijf feiten verdeeld over vijf zaken, waaronder diefstallen en lokaalvredebreuk door het overtreden van winkelverboden. De rechtbank sprak verdachte vrij van lokaalvredebreuk in zaak D, omdat het winkelverbod pas na het incident inging. Voor de overige zaken A, B, C en E werd verdachte schuldig bevonden.
De bewezenverklaarde feiten bestonden uit het stelen van alcoholische dranken en het wederrechtelijk binnendringen van winkels ondanks opgelegde winkelverboden. De verdediging betwistte de kennis van de winkelverboden, maar dit werd door de rechtbank weerlegd met bewijs dat de verdachte wel degelijk op de hoogte was.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, het strafblad van de verdachte met veelvuldig soortgelijk verleden, en een reclasseringsadvies dat wees op problematische leefomstandigheden, middelenverslaving en psychische problemen. De reclassering adviseerde een ISD-maatregel vanwege de onmogelijkheid van begeleiding in een ambulant kader.
De rechtbank volgde dit advies en legde een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar op, waarbij de gehele duur ten uitvoer wordt gelegd zonder aftrek van voorarrest. De maatregel is bedoeld om recidive te beëindigen en de problematiek van de verdachte aan te pakken, met bescherming van de maatschappij als doel.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar wegens diefstallen en lokaalvredebreuk.