In deze zaak staat een geschil centraal tussen FlexClinics en een plastisch chirurg met zijn praktijkvennootschap over de financiële en medische afwikkeling van nazorg en klachten van patiënten na beëindiging van hun samenwerking.
De rechter oordeelt dat de chirurg en zijn vennootschap verplicht zijn nazorg te verlenen aan de patiënten die de chirurg tijdens de samenwerking heeft behandeld, inclusief her-operaties en na-correcties, onder de voorwaarde dat FlexClinics de operatiefaciliteiten en personeel op haar kosten beschikbaar stelt en dat de nazorg zoveel mogelijk aaneensluitend wordt gepland. De vorderingen van FlexClinics om ook de klachten af te handelen en een verbod op doorverwijzing worden afgewezen, evenals de tegenvordering van de chirurg tot betaling van een bedrag.
De rechter stelt vast dat de overeenkomst van opdracht met de praktijkvennootschap is aangegaan met het oog op de persoon van de plastisch chirurg, die zelf medisch verantwoordelijk blijft. De financiële afwikkeling tussen partijen is nog onduidelijk en zal in een bodemprocedure moeten worden vastgesteld. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd, maar in reconventie worden de kosten aan de chirurg opgelegd.