De vrouw en de man hadden een geregistreerd partnerschap dat in november 2022 werd ontbonden. Uit hun relatie zijn twee minderjarige kinderen geboren, over wie zij gezamenlijk gezag uitoefenen. Na het beëindigen van hun relatie vertoonde de man volgens de vrouw stalkerig en agressief gedrag, waaronder het sturen van dreigende e-mails en een incident van mishandeling op 19 juli 2024, waarvoor het Openbaar Ministerie vervolging instelde. Tevens zou de man haar op 13 augustus 2024 met de auto klem hebben gereden.
De vrouw vordert een straatverbod voor haar adres en een contactverbod tegen de man, met dwangsommen en machtiging tot politieoptreden bij overtreding. De man erkent het geweldsincident en geeft aan dat hij uit emotie handelde, maar stelt dat de vrouw de problemen heeft uitgelokt en dat contact noodzakelijk is in het belang van de kinderen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw een spoedeisend belang heeft bij de voorlopige voorziening, gelet op haar angst en de noodzaak van rust. Het gedrag van de man wordt als ernstig onrechtmatig beoordeeld, met een concreet gevaar op herhaling. De man heeft ondanks sommatie contact gezocht en zijn gedrag niet betoond te willen veranderen. Daarom worden het straat- en contactverbod toegewezen vanaf de dag van betekening tot 1 april 2025, met een dwangsom van €350 per dag tot maximaal €25.000 en een machtiging voor politieoptreden.
De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De voorzieningenrechter hoopt dat de maatregelen bijdragen aan een constructieve omgang tussen partijen en rust voor de minderjarige kinderen.