Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2024 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] ,
de Staat der Nederlanden(Ministerie van Justitie en Veiligheid) (Staat).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Eiser ontvangt sinds 2010 een WIA-uitkering. In 2017 werd in zijn woning een hennepkwekerij aangetroffen. Verweerder herzag daarop de uitkering over februari tot juli 2017 vanwege niet gemelde inkomsten uit deze hennepteelt, vorderde terugbetaling en legde een boete op. Eiser bood een transactie aan bij het OM ter voorkoming van strafvervolging.
Na een onderzoek en bezwaarprocedure handhaafde verweerder zijn besluiten. De rechtbank verklaart het beroep tegen het besluit van mei 2019 niet-ontvankelijk en beoordeelt het beroep tegen het gewijzigde besluit van september 2024. De rechtbank volgt het standpunt dat slechts één oogst bewezen is en dat het OM-onderzoek leidend is.
Eiser betwist niet de inkomsten en het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Zijn bezwaar tegen de hoogte van de boete wordt deels gehonoreerd: de boete wordt verlaagd van €612 naar €520,20 op basis van zijn aflossingscapaciteit. Tevens kent de rechtbank een schadevergoeding van €2.500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsprocedure.
De rechtbank bepaalt dat verweerder het griffierecht aan eiser vergoedt. Hiermee wordt het beroep tegen het besluit van 2 september 2024 gegrond verklaard en het besluit over de boete vernietigd en aangepast.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 2 september 2024 wordt gegrond verklaard, de boete verlaagd naar €520,20 en een schadevergoeding van €2.500 toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.