De officier van justitie verzocht op 12 september 2024 bij de rechtbank Noord-Holland om voortzetting van een crisismaatregel die op 11 september 2024 door de burgemeester van Alkmaar was opgelegd aan betrokkene. De mondelinge behandeling vond plaats op 13 september 2024, waarbij betrokkene, zijn advocaat, een arts en een begeleider werden gehoord. De officier van justitie was niet aanwezig.
Uit de medische verklaring en de zitting bleek dat betrokkene lijdt aan een ernstige psychische stoornis met opioïden- en cocaïnegebruik, maar dat de suïcidaliteit fors was verminderd. De behandelend arts gaf aan dat voortzetting van verplichte zorg niet doelmatig en effectief is en dat behandeling op vrijwillige basis beter aansluit bij de problematiek. Betrokkene gaf aan graag in de instelling te willen blijven voor lichamelijke en mentale behandeling en hoopte op verlenging van de crisismaatregel.
De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg op dit moment niet meer passend is, mede omdat betrokkene gemotiveerd is voor vrijwillige behandeling en al langere tijd ambulant begeleid wordt. De huidige opname was een korte onderbreking van die vrijwillige begeleiding. Gezien deze omstandigheden voldeed de situatie niet meer aan de voorwaarden voor verplichte zorg, zodat het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel werd afgewezen.