In deze civiele bodemzaak staat centraal of sprake is van een toerekenbare tekortkoming door de gedaagde bij het uitvoeren van dakdekwerkzaamheden, die ernstige lekkages veroorzaakten. De eiser vordert onder meer vergoeding van herstelkosten en gevolgschade. De gedaagde vordert in een incident dat een derde, die de dakwerkzaamheden heeft verricht, in vrijwaring wordt opgeroepen om zich te kunnen verhalen bij een eventuele veroordeling.
De rechtbank stelt vast dat het verrichten van werkzaamheden door de derde niet ter discussie staat, maar dat de rechtsverhouding tussen gedaagde en deze derde in dit incident nog niet hoeft te worden beoordeeld. De vordering tot oproeping in vrijwaring wordt daarom toegewezen. Er is geen sprake van misbruik van procesrecht, aangezien het gebruik van de wettelijke bevoegdheid tot vrijwaring is toegestaan.
De eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De zaak wordt op 13 november 2024 voortgezet met de conclusie van antwoord in de hoofdzaak.