De kantonrechter heeft het verzoek van de bewindvoerder tot opheffing van het bewind van betrokkene, die vanwege Alzheimer niet in staat is haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen, afgewezen. De noodzaak voor het bewind blijft bestaan gezien de geestelijke toestand van betrokkene en het wantrouwen binnen de familie over het financieel beheer.
De bewindvoerder kon ondanks herhaalde verzoeken geen volledige en sluitende rekening en verantwoording overleggen, waarbij een negatief verschil van €7.794,00 onverklaard bleef. Dit leidde tot het ambtshalve ontslag van de bewindvoerder. Omdat geen opvolgend bewindvoerder werd voorgesteld, werd een professionele bewindvoerder benoemd.
De kantonrechter stelde tevens de beloning van de nieuwe bewindvoerder vast en benadrukte dat betrokkene niet in staat is de rekening en verantwoording te begrijpen of controleren. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.