ECLI:NL:RBNHO:2024:10333
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voortzetting huurovereenkomst na beëindiging relatie met belang minderjarig kind
Eiser en gedaagde hadden een affectieve relatie en huurden samen een woning. Na beëindiging van hun relatie in september 2023 woont gedaagde met hun minderjarige zoon in de woning, terwijl eiser elders is gaan wonen. Eiser vordert dat hij de huurovereenkomst alleen voortzet vanwege zijn ziekte MS en de aanpassingen in de woning.
Gedaagde betwist dit en vordert zelf het exclusieve huurrecht, stellende dat het belang van hun zoon, die ontwikkelingsproblematiek heeft en speciaal onderwijs volgt, en haar eigen belang zwaarder wegen. De kantonrechter maakt een belangenafweging op grond van artikel 7:267 lid 7 BW Pro en artikel 3 IVRK Pro, waarbij het belang van het kind zwaar meeweegt.
De kantonrechter oordeelt dat het belang van de zoon bij een stabiele woonomgeving doorslaggevend is. De aanpassingen in de woning wegen niet zwaarder dan het belang van het kind. Daarom wordt de tegenvordering van gedaagde toegewezen en moet eiser de woning binnen een week verlaten. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde krijgt het exclusieve huurrecht toegewezen en eiser moet de woning binnen een week verlaten.