Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
,gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen.
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
[benadeelde partij 1]heeft een vordering tot schadevergoeding van
[benadeelde partij 2]heeft een vordering tot schadevergoeding van
8.Vordering tot tenuitvoerlegging
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
EENHONDERD EN TACHTIG (180) URENtaakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door NEGENTIG (90) DAGEN jeugddetentie, met bevel dat een gedeelte groot
ZESTIG (60) UREN, bij niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door DERTIG (30) DAGEN jeugddetentie,
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
[benadeelde partij 1]niet-ontvankelijk in de vordering.
[benadeelde partij 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 500,-voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 maart 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.