Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.De bewijsbeslissing
hij, op 1 januari 2024 te Medemblik [slachtoffer 1] , heeft mishandeld door die [slachtoffer 1]
- meerdere malen met de vuist in het gezicht te slaan en
- een of meerdere malen bij de keel te grijpen en
- een of meerdere malen vast te pakken en door de woonkamer te gooien;
hij, op 1 januari 2024 te Medemblik, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gas/alarmvuurwapen, van het merk Umarex, type GPDA 9, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad;
hij op 12 december 2023 te Medemblik [slachtoffer 1] heeft mishandeld door haar tegen het gezicht te slaan;
hij op 12 december 2023 te Medemblik, zich met geweld heeft verzet tegen een ambtenaar, [slachtoffer 2] (hoofdagent bij de Eenheid Noord Holland), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van haar bediening, te weten ter aanhouding van verdachte door te duwen en/of te trekken en/of te bewegen in tegenovergestelde richting dan waar verbalisant hem, verdachte, wilde brengen, terwijl dit misdrijf en/of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel, te weten een opgezwollen lip bij die Laan ten gevolge heeft gehad.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
mishandeling
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
mishandeling
wederspannigheid, terwijl het misdrijf of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel ten gevolge hebben
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Strafmotivering
7.Vermogensmaatregel
8.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
108 (honderdacht) dagen.
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 293,89, bestaande uit € 43,89 als vergoeding voor de materiële en € 250,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf