ECLI:NL:RBNHO:2024:10483
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens tegemoetkoming
Verzoekster stelde beroep in tegen een beslissing van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, maar trok dit beroep op 18 augustus 2024 in vanwege een tegemoetkoming door verweerder. Tegelijk verzocht zij om vergoeding van proceskosten op grond van artikel 8:75a Awb.
De rechtbank stelde vast dat verzoekster zelf het beroepschrift en de verdere correspondentie voerde zonder professionele rechtsbijstand. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht komen alleen kosten voor vergoeding in aanmerking die verband houden met beroepsmatige rechtsbijstand, getuigen, deskundigen, tolken, reis- en verblijfskosten, verletkosten, bepaalde communicatiekosten of artsen als gemachtigde.
Omdat verzoekster geen van deze kosten had gemaakt en het verzoek tevens betrekking had op griffierecht, wat niet vergoed kan worden, wees de rechtbank het verzoek af. Verweerder had toegezegd het griffierecht te vergoeden na uitspraak, en verzoekster kan hiertegen eventueel bij de burgerlijke rechter opkomen.
De uitspraak werd gedaan door rechter L.M. Kos op 17 oktober 2024. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen kosten voor professionele rechtsbijstand zijn gemaakt en griffierecht niet vergoed kan worden.