In deze kortgedingprocedure vordert de vrouw dat de man wordt veroordeeld tot medewerking aan de juridische splitsing van 2050 Holding BV, althans dat zij vervangende toestemming krijgt om namens hem de splitsing te voltooien. Dit volgt op een eerdere vaststellingsovereenkomst en een eerdere kortgedingprocedure waarin partijen afspraken maakten over de splitsing.
De man heeft weliswaar medewerking toegezegd, maar de vrouw betwijfelt of hij deze zal nakomen, mede vanwege zijn gedrag en dreigementen. De man stelt zich op het standpunt dat hij niet gehouden is tot verdere medewerking zonder haar instemming met een statutenwijziging, hetgeen volgens de vrouw juridisch irrelevant is.
De rechtbank oordeelt dat de medewerking van de man onvoldoende zeker is en dat de vrouw belang heeft bij vervangende toestemming om de splitsing te voltooien. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen omdat vervangende toestemming voldoende prikkel biedt. Proceskosten worden niet toegewezen en partijen dragen ieder hun eigen kosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.