ECLI:NL:RBNHO:2024:10503

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 oktober 2024
Publicatiedatum
14 oktober 2024
Zaaknummer
C/15/351561 / HA ZA 24-210
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis ter correctie proceskostenveroordeling in civiele bodemzaak

In deze civiele bodemzaak tussen eiser en gedaagde heeft de rechtbank Noord-Holland op verzoek van eiser een herstelvonnis gewezen ter correctie van een kennelijke schrijffout in het vonnis van 24 juli 2024.

Eiser verzocht de rechtbank om het bedrag van de toegewezen proceskostenveroordeling in het dictum aan te passen aan het bedrag dat in de begroting van het vonnis was vermeld. Gedaagde heeft geen inhoudelijke reactie gegeven op dit verzoek.

De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een eenvoudige, kennelijke fout die hersteld kon worden. Het herstelvonnis wijzigde het bedrag van de proceskostenveroordeling van € 3.846,00 naar € 1.735,00, met behoud van de overige veroordelingen. Tevens werd bepaald dat deze wijziging op de minuut van het oorspronkelijke vonnis wordt vermeld en dat partijen de ontvangen stukken van het vonnis dienen te retourneren.

Het vonnis werd uitgesproken door rechter A.H. Schotman op 16 oktober 2024 en betreft een procedurele correctie zonder inhoudelijke wijziging van de zaak.

Uitkomst: Het bedrag van de proceskostenveroordeling is gecorrigeerd van € 3.846,00 naar € 1.735,00 in het dictum van het vonnis.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/351561 / HA ZA 24-210
Herstelvonnis van 16 oktober 2024
in de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats 1],
eisende partij,
advocaat mr. R. de Lange te Gendringen,
tegen
[gedaagde],
wonende te [plaats 2],
gedaagde partij,
advocaat mr. L.M. van Schuylenburch te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1.Het verzoek tot verbetering

1.1.
Bij brief van 23 september 2024 is namens [eiser] de rechtbank verzocht om verbetering van het op 24 juli 2024 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat het bedrag in de toegewezen proceskostenveroordeling in het dictum in overeenstemming wordt gebracht met het bedrag dat overeenkomstig de begroting r.o. 4.19 van het vonnis zal worden toegewezen.
1.2.
De rechtbank heeft mr. Van Schuylenburch in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Mr. Van Schuylenburch heeft laten weten op dit verzoek niet inhoudelijk te willen reageren.

2.2. De beoordeling

2.1.
De rechtbank is van oordeel dat in het vonnis van 24 juli 2024 sprake is van een kennelijke fout, die zich voor eenvoudig herstel leent. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen als volgt.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
bepaalt dat nr. 5.2 van het op 24 juli 2024 tussen [eiser] en [gedaagde] gewezen vonnis, waar staat
“5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten van het incident van € 3.846,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,”
wordt gewijzigd in
“5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten van het incident van € 1.735,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,”,
3.2.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 16 oktober 2024 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 24 juli 2024,
3.3.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 24 juli 2024 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2024. [1]

Voetnoten

1.type: 1155