Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1 oktober 2024 in de zaak tegen:
mr. M.A. Hobbelink, en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. W.A. Koers, advocaat te Leusden, naar voren hebben gebracht.
1.Tenlastelegging
bijlage Iaan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
feit 1 primair er sprake is geweest van het medeplegen van aanmerkelijk onvoorzichtig handelen.
Tijdens de oogstwerkzaamheden heeft de verdachte allereerst voldaan aan de richtlijn, zoals neergelegd in de ‘Toolbox Modder op de weg’ en heeft hij de daarin voorgeschreven stappen gevolgd om de weg schoon te maken. Van hem kon niet meer worden gevergd, zodat geen sprake is van schuld in de zin van de ten laste gelegde artikelen.
Er is bovendien geen oorzakelijk verband tussen het gedrag van de verdachte en het overlijden van het slachtoffer. Zowel het slachtoffer als de bestuurder van de personenauto hebben hun snelheid dan wel rijgedrag kennelijk niet aangepast aan de omstandigheden ter plaatse.
feit 2, dan wordt subsidiair een beroep gedaan op de schulduitsluitingsgrond ‘afwezigheid van alle schuld’.
bijlage IIbij dit vonnis zijn vervat.
Hierbij raakte hij zeer ernstig gewond en overleed later ter plaatse aan zijn verwondingen.
- oogstwerkzaamheden te verrichten waardoor het wegdek van de Woudmeerweg besmeurd raakte met modder die het wegdek slipgevaarlijk maakte en
- het wegdek van de Woudmeerweg onvoldoende schoon te maken en
- ontoereikende maatregelen te treffen om verkeersdeelnemers op die besmeurde weg een veilige doorgang te verlenen,
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
80 (tachtig) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.
geldboetevan
€ 750,--, (zevenhondervijftig euro)bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis, met bevel dat deze straf
nietzal worden ten uitvoer gelegd tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op
twee jarenbepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.