AirHelp heeft namens een passagier compensatie gevorderd van Deutsche Lufthansa vanwege een vluchtvertraging van meer dan drie uur op 9 juni 2023, waarbij de passagier van Sofia via Frankfurt naar Amsterdam werd vervoerd. De passagier had zijn vorderingsrecht aan AirHelp overgedragen. De vervoerder stelde dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen.
De kantonrechter stelde vast dat de vertraging inderdaad meer dan drie uur bedroeg, maar dat de vervoerder aannemelijk had gemaakt dat deze vertraging voortkwam uit buitengewone omstandigheden, waaronder beslissingen van het luchtverkeersbeheer en operationele vertragingen die doorwerkten in de vluchtrotatie. AirHelp betwistte dit onvoldoende.
Verder oordeelde de kantonrechter dat de vervoerder alle redelijke maatregelen had genomen om de vertraging te voorkomen, waaronder het inplannen van een buffertijd van vijf minuten bovenop de minimale overstaptijd en het omboeken van de passagier naar het eerst mogelijke alternatief. AirHelp stelde dat een buffer van twintig minuten nodig was en dat de aansluitende vlucht ook vertraagd was, maar dit werd niet voldoende onderbouwd.
De kantonrechter concludeerde dat de vervoerder niet aansprakelijk was voor de compensatie, omdat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks redelijke maatregelen niet konden worden voorkomen. De vordering van AirHelp werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.