ECLI:NL:RBNHO:2024:10620

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
23 september 2024
Publicatiedatum
17 oktober 2024
Zaaknummer
11242832 \ VV EXPL 24-138
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:228 lid 1 BWArt. 7:271 lid 1 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot ontruiming wegens beëindiging huurovereenkomst

In deze kortgedingprocedure vordert Stichting Woonopmaat de ontruiming van een woning die door de gedaagde wordt bewoond. De huurovereenkomst tussen partijen is overeengekomen voor de duur van twee jaar en is geëindigd op 7 juli 2024. Daarnaast was er een woonbegeleidingsovereenkomst die onlosmakelijk verbonden was met de huurovereenkomst.

De gedaagde is, ondanks behoorlijke oproeping, niet verschenen en verstek is verleend. De kantonrechter benadrukt dat een ontruiming een ingrijpende maatregel is die terughoudendheid vereist, zeker in een kortgedingprocedure waarin geen diepgaand feitenonderzoek plaatsvindt.

Op grond van de onbetwiste feiten en de beëindiging van de huurovereenkomst oordeelt de kantonrechter dat de gedaagde zonder recht of titel in de woning verblijft. De vordering tot ontruiming wordt daarom toegewezen, met een termijn van zeven dagen voor ontruiming en afgifte van de sleutels. Tevens wordt de gedaagde veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt toegewezen en de gedaagde wordt veroordeeld binnen zeven dagen de woning te verlaten.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11242832 \ VV EXPL 24-138
Vonnis in kort geding van 23 september 2024
in de zaak van
STICHTING WOONOPMAAT,
gevestigd te Beverwijk,
eisende partij,
hierna te noemen: Woonopmaat,
gemachtigde: mr. N. Reinalda,
tegen
[gedaagde],
wonende te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 8 augustus 2024;
- de mondelinge behandeling van 9 september 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
[gedaagde] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Tegen [gedaagde] is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.
2.2.
Woonopmaat vordert (kort gezegd) dat de kantonrechter [gedaagde] – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – veroordeelt om de woning aan de [adres] [plaats] met al het zijne en de zijnen te (laten) ontruimen en te verlaten, leeg en bezemschoon, onder afgifte van de sleutels aan Woonopmaat. Verder vordert Woonopmaat dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten. Ter zitting heeft Woonopmaat haar eis vermindert in die zin dat zij niet langer wettelijke rente vordert.
2.3.
Een vordering tot ontruiming is naar haar aard spoedeisend. De volgende feiten zijn niet bestreden. Partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] de woning per 7 juli 2022 voor de duur van twee jaar huurt van Woonopmaat. Daarnaast heeft [gedaagde] op 7 juli 2022 een woonbegeleidingsovereenkomst voor de duur van twee jaar gesloten met Stichting HVO Querido. De huurovereenkomst en de woonbegeleidingsovereenkomst zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bij brief van 8 april 2024 aan de toenmalige bewindvoerder van [gedaagde] heeft Woonopmaat laten weten dat de huurovereenkomst eindigt op 7 juli 2024, omdat [gedaagde] zich niet houdt aan de voorwaarden uit de huurovereenkomst en de woonbegeleidingsovereenkomst. Deze feiten bieden naar het oordeel van de kantonrechter voldoende steun aan het betoog van Woonopmaat dat de huurovereenkomst is geëindigd op 7 juli 2024, zodat [gedaagde] op dit moment zonder recht of titel in de woning verblijft (zie artikel 7:228 lid 1 BW Pro en artikel 7:271 lid 1 BW Pro). De vordering tot ontruiming komt de kantonrechter daarom niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen op de wijze als vermeldt onder 3. De beslissing.
2.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Woonopmaat worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
136,72
- griffierecht
130,00
- salaris gemachtigde
543,00
Totaal
809,72

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Woonopmaat zijn, en de sleutels af te geven aan Woonopmaat,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 809,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2024.
De griffier De kantonrechter