De passagiers vorderden compensatie van de vervoerder TUI Airlines Nederland B.V. wegens een vlucht die op 12 september 2022 met meer dan drie uur vertraging aankwam op de eindbestemming Curaçao. De vertraging werd veroorzaakt door lange wachtrijen bij de beveiliging op Schiphol, waardoor het boarden vertraagd werd en de vlucht uiteindelijk met ruim vijf uur vertraging arriveerde.
De vervoerder voerde aan dat deze vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk de onvoorziene en oncontroleerbare problemen bij de beveiliging op Schiphol, en dat alle redelijke maatregelen waren genomen om de vertraging te beperken. De passagiers betwistten dit en stelden dat de vervoerder onvoldoende had gedaan om de vertraging te voorkomen en dat het wachten op ontbrekende passagiers niet verplicht was.
De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder aannemelijk had gemaakt dat de vertraging inderdaad het gevolg was van buitengewone omstandigheden en dat het uitladen van bagage van ontbrekende passagiers ook tot aanzienlijke vertraging had geleid. Daarnaast was de vervoerder niet tijdig op de problematiek voorbereid en had hij zich gehouden aan de taakstellingen van Schiphol. De vordering tot compensatie werd daarom afgewezen en de passagiers werden veroordeeld in de proceskosten.